Géén zonneparken op landbouwgrond!

Een afspraak uit het Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in ons land onderzoeken waar en hoe het beste duurzame elektriciteit opgewekt kan worden. Waar is ruimte en hoeveel, zijn de plekken maatschappelijk acceptabel en financieel haalbaar. Elke regio beantwoordt deze vragen met eigen keuzes in een zogenaamde Regionale Energie Strategie (RES). 

Uit de voorlopige balans van de RES-sen blijkt dat de ambities zelfs 50% hoger zijn dan de doelstelling. Ongeveer de helft van de groene stroom komt uit wind en de andere helft uit zon. Deze verhouding is nu ongeveer 2:1. Een flinke verschuiving dus in de richting van zonneparken.

In de eerste plaats is Nederland qua oppervlakte een (piep) klein landje. Elke vierkante meter is bestemd met functies zoals landbouw, wonen, bedrijfsterreinen, infrastructuur en natuur. Groene stroom uit zonneparken neemt de meeste ruimte in beslag. Zo’n keuze is niet logisch voor Nederland.  De eerste zonneparken op landbouwgrond zijn gerealiseerd. Gezien de ambities zal nog veel meer landbouwgrond voor dit doel worden opgeofferd. Dat moeten we niet willen.

Projectontwikkelaars hebben met zonneparken op landbouwgrond hun kansen gegrepen. Ook een enkele grondeigenaar is er financieel flink beter van geworden. Als ondernemers kun je ze dat niet kwalijk nemen. Maar het had niet mogen gebeuren. Enkelen worden er rijk van. Velen dragen de lasten met o.a. de energierekening. Zo krijg je nooit draagvlak voor noodzakelijke veranderingen.

Het verschijnen van “grote glazen platen” op vruchtbare landbouwgrond in een groen landschap is het resultaat van geen of slecht beleid. Vooraf had meer nagedacht moeten worden over wat wel en wat niet toestaan in de energietransitie. Snelheid heeft voorrang gekregen boven zorgvuldigheid en draagvlak bij de burgers. Voor alle duurzame energieopties had een prioriteitsvolgorde vastgelegd moeten worden met een helder toetsingskader. Zo moet je zonnestroom opwekken op zonnige daken van woningen en bedrijfspanden.

De landbouw heeft de komende jaren zelf extra grond nodig voor de omschakeling naar een emissiearme (kringloop-)landbouw. De landbouwproductie zorgt voor meer economische waarde en werkgelegenheid dan een veld zonnepanelen. De transitie in de veehouderij en de aanpak van de klimaat- en stikstofcrisis kunnen elkaar goed versterken.

Dierlijke mest is de grootste biomassabron voor duurzame energie. Nog maar 2% van de mest wordt benut voor biogas waarmee groene stroom of groen gas kan worden opgewekt. De RES heeft het alleen over wind en zon en vergeet biogas als een belangrijke energieoptie. Dit geeft ook nog eens blijk van een beperkte visie. Als regio je voor jaren vastleggen in alleen wind- en zonne-energie is niet flexibel en remt de toepassing van veelbelovende energie-innovaties. Kortom, er zal nog veel water door de IJssel stromen voor een effectieve duurzame energievoorziening met draagvlak bij burgers.

Jaap Uenk, 6 februari 2021

www.mestem.nl